Chinchilla
Huisdierenbijsluiter van de chinchilla (Chinchilla lanigera)
- Van nature: knaagdier uit Zuid-Amerika, groepsdier.
- Huisvesting: binnenshuis in een ruime kooi.
- Knuffel- of kijkdier: vooral kijkdier, houdt vaak wel van aaien.
- Voeding: vezelrijke, arme en plantaardige voeding: veel hooi, chinchillapellets.
- Leeftijd: wordt gemiddeld tien tot vijftien jaar oud.
- Kosten aanschaf en verzorging: gemiddeld.
Wist u dat:
- Chinchilla’s nooit alleen gehouden mogen worden?
- De chinchilla een schemerdier is en overdag slaapt?
- Chinchilla’s heel slecht tegen suiker, vet en teveel eiwit kunnen?
Algemeen
De chinchilla is een cavia-achtig knaagdier uit het Andes gebergte in Zuid-Amerika. Chinchilla’s zijn jarenlang bejaagd om hun pels. Ze hebben een dikke, zilver- of blauwgrijze vacht waarvan uit elk haarzakje meer dan 50 haren groeien. De haren staan daardoor altijd overeind. De buik is licht gekleurd. Ze hebben grote oren, lange snorharen en een dik behaarde staart. Volwassen chinchilla’s zijn ongeveer 25 tot 35 centimeter lang, de staart is tussen de dertien en achttien centimeter lang. Het zijn schemer- en nachtdieren die in groepen leven.
Als u overweegt om een chinchilla als huisdier te kopen, is het belangrijk dat u zich van tevoren goed laat informeren. Deze huisdierenbijsluiter kan daarbij helpen.
Verschillende varianten
Er zijn verschillende kleurslagen gekweekt van de tamme chinchilla, zoals zwart, bruin, beige, blauw of wit met verschillende tekeningen zoals bont, velvet of mozaiek. In de natuur komt naast de Chinchilla lanigera, die ook wel Chinchilla velligera wordt genoemd, ook nog een chinchilla-soort met korte staart voor, Chinchilla brevicaudata.
Natuurlijk gedrag
Doordat er jarenlang miljoenen chinchilla’s zijn gevangen voor hun bont zijn er in het wild bijna geen chinchilla’s meer over. De wilde chinchilla is nu een beschermde diersoort. Ze leven in rotsspleten of zoeken beschutting in de bromelia-planten op de berghellingen. Chinchilla’s zijn actief in schemer en nacht, overdag slapen ze. In de natuur eten chinchilla’s plantaardig voedsel met heel veel vezels: droge grassen, struiken en cactussen. Ze leven in groepsverband en communiceren onderling door middel van piep- en knorgeluiden. Bij gevaar waarschuwen ze door een fluitend geluid te maken. Vrouwtjeschinchilla’s zijn dominant over de mannetjes.
Huisvesting
Chinchilla’s zijn echte groepsdieren die wegkwijnen als ze alleen zitten. Neem dus altijd minimaal twee chinchilla’s. Heeft u een mannetje (een bokje) en een vrouwtje dan kunt u het mannetje laten castreren om te voorkomen dat ze zich voortplanten. U kunt ook kiezen voor een groep van alleen mannetjes of alleen vrouwtjes of een man met meerdere vrouwtjes. Het beste is om dieren te nemen die samen zijn opgegroeid. Wilt u twee volwassen chinchilla’s bij elkaar zetten dan zult u hen voorzichtig aan elkaar moeten laten wennen om te voorkomen dat er gevochten wordt. Vooral met twee vrouwtjes kan dit lastig zijn. Gebruik bijvoorbeeld twee kooien naast elkaar zodat ze aan elkaars geur kunnen wennen of zet een kleine kooi met de nieuwe chinchilla in de grote kooi. Blijf er altijd bij als u twee nog niet aan elkaar gewende chinchilla’s bij elkaar zet.
Voor twee chinchilla’s heeft u een ruime kooi nodig van minimaal 80 x 50 x 100 centimeter. Groter is beter want chinchilla's hebben beweging nodig en ruimte om te rennen en springen. Chinchilla’s houden van klauteren maar maak de kooi niet te hoog en breng verdiepingen aan zodat ze niet ver kunnen vallen. Kies een kooi waarbij u gemakkelijk in alle hoeken kunt komen om schoon te maken. Chinchilla’s zijn echte knaagdieren, een kooi van metaal is daarom het handigst. Tenminste één dichte kant zorgt ervoor dat de dieren zich beschut voelen. De kooi moet tochtvrij zijn en op een rustige plek staan zodat ze overdag kunnen slapen. Chinchilla’s hebben liefst temperaturen tussen 17 en 25 graden Celsius en kunnen erg slecht tegen hitte, zet de kooi dus niet op een warme plek of in de volle zon. Zorg voor zitplanken en een goed schoon te maken slaaphuisje. Een zandbak met een paar centimeter chinchillazand is ook nodig, de dieren gebruiken dit om hun vacht schoon te houden. De bak moet zwaar zijn, bijvoorbeeld van steen, en groot genoeg om in te rollen. Takken kunnen dienen als klimmateriaal maar ook om op te knagen, kies bijvoorbeeld wilgen-, beuken- of fruitboomtakken.
Op de bodem van de kooi kunt u bijvoorbeeld bodemmateriaal uit maïs of beukensnippers gebruiken. Kies in elk geval materiaal dat biologisch afbreekbaar is, niet stoffig is en geen klompjes vormt als het nat wordt. Dat laatste geeft gevaar voor verstopping als de dieren het inslikken. Natuurlijk moeten er een voerbakje en een drinkfles aanwezig zijn. Hang de drinkfles buiten de kooi zodat de dieren er niet aan kunnen knagen of gebruik een fles van glas. Chinchilla’s knagen overal aan, zorg er dus voor dat er geen plastic of andere niet verteerbare materialen in de kooi aanwezig zijn.
Hanteren en verzorgen
Een chinchilla die er aan gewend is om opgepakt te worden is vrij gemakkelijk te hanteren. U kunt hem rond de schouders pakken en ondersteunen met de andere hand, of hem op uw hand scheppen terwijl u met de andere hand de staartwortel zo dicht mogelijk bij de rug vastpakt. Pak de chinchilla nooit bij de punt van de staart! Beweeg rustig en benader de chinchilla van opzij of van voren. In het wild worden ze bejaagd door roofvogels, als u een chinchilla ineens van bovenaf pakt kan hij zijn vacht loslaten als reactie. Chinchilla’s zullen niet snel bijten. Ze kunnen urine sproeien als ze zich bedreigd voelen, waarbij ze op hun achterpoten gaan staan.
Observeer de chinchilla's dagelijks en kijk of de uitwerpselen mooi stevig (maar niet hard), langwerpig en droog zijn. Te zachte, natte of afwijkende keutels wijzen op problemen. Zorg ervoor dat het chinchillazand netjes schoon blijft, bijvoorbeeld door het dagelijks te zeven. Vervang het zand en de bodembedekking van de kooi tenminste eens per week. Geef elke dag vers drinkwater, reinig ook regelmatig het flesje en de voerbak. Maak elke maand de hele kooi goed schoon met een schoonmaakmiddel voor dierenhokken, te krijgen in de dierenspeciaalzaak.
Voeding
De spijsvertering van de chinchilla is erg gevoelig. Het is belangrijk dat ze het juiste voer krijgen met veel vezels en weinig vocht. Speciale chinchilla-pellets hebben de voorkeur, omdat hier alle voedingsstoffen inzitten en de dieren niet de lekkerste dingen uit het voer kunnen halen zoals bij gemengde voeders. Geef niet teveel, 20 tot 30 gram per dag is genoeg voor een chinchilla. Naast pellets is het erg belangrijk om dagelijks veel vers hooi en eventueel stro te geven. Het hooi mag niet teveel klaver bevatten of te jong zijn, hier zit teveel eiwit in.
Chinchillavoer mag geen sporen van schimmels bevatten, daar kunnen de dieren dood aan gaan. Ook voer of snoepjes met suiker, vet of teveel eiwit kunnen de dieren erg ziek maken. Geef ze liever geen pinda's, noten of zonnebloempitten. Geef ook geen voer dat voor andere knaagdiersoorten bestemd is.
De chinchilla's mogen als snoepje een enkel klein stukje gedroogd fruit krijgen zoals gedroogde appel of een rozijntje. Een paardenbloemblaadje of rozenbottel mag ook. Geef nooit vochtig fruit of groente. Verandert u van voer, doe dit dan heel geleidelijk.
De chinchilla eet een deel van zijn eigen keutels op, deze bevatten vitamine B12. Een knaagsteen is nodig om de tanden te slijten, die zoals bij alle knaagdieren altijd blijven doorgroeien, en om kalk te leveren. Ook takken van fruitbomen of wilgen zijn goed voor de tanden.
Natuurlijk moet altijd vers drinkwater aanwezig zijn.
Van jong tot volwassen dier
Het verschil tussen een mannetje en een vrouwtje is te zien aan de afstand tussen de geslachtsopening en de anus. Bij vrouwtjes liggen deze vlak tegen elkaar aan, bij mannetjes zit er een afstand tussen. U kunt dit zien door de chinchilla aan de staartbasis een stukje op te tillen, waarbij de voorpoten op de grond blijven steunen. Als het vrouwtje een half jaar oud is, is ze al vruchtbaar, maar het is niet verstandig om haar dan al een nestje te laten krijgen. Mannetjes kunnen al geslachtsrijp zijn vanaf drie maanden. De vrouwtjes hebben een cyclus van ongeveer 30 dagen. Ze zijn dan steeds een paar dagen bereid om te paren. De draagtijd van de chinchilla is ongeveer 111 dagen. Gemiddeld krijgen ze een tot drie jongen per worp. Zorg dat u bij de bevalling aanwezig blijft, zodat u kunt zien of alles goed gaat en eventueel een dierenarts kunt waarschuwen. Nadat de jongen geboren zijn, is de moeder direct weer vruchtbaar. Haal dus de vader minstens een week weg of laat hem tijdens de zwangerschap castreren. Dit laatste is aan te bevelen omdat de vader helpt bij de opvoeding. De jongen zijn nestvlieders, ze hebben beharing, kunnen al lopen en hun ogen zijn open. Ze worden ongeveer acht weken door de moeder gezoogd. Al vanaf een week beginnen ze ook wat hooi en pellets te eten. Haal de mannelijke jongen weg bij de moeder voor ze geslachtsrijp zijn of laat hen castreren zodat het gezin compleet kan blijven. Chinchilla's kunnen bij goede verzorging in gevangenschap gemiddeld tien tot vijftien jaar oud worden.
Als u wilt fokken met chinchilla's, houd er dan rekening mee dat u geen witte dieren en ook geen velvet dieren met elkaar mag kruisen, dit kan gevaarlijk zijn voor het vrouwtje en dode of misvormde jongen voortbrengen.
Ziekten en erfelijke aandoeningen
Een gezonde chinchilla is in de avonduren actief, heeft een schone vacht, heldere ogen, een droge neus en produceert stevige, niet vochtige keutels. Chinchilla’s zijn niet vaak ziek, maar als ze wel ziek worden moet u er snel bij zijn. Als prooidier zal een chinchilla niet snel laten merken dat hij ziek is. Zorg dus dat u een goede dierenarts zoekt die ervaring heeft met chinchilla’s, nog voor er iets met uw chinchilla aan de hand is. Neem contact op met de dierenarts zodra u het idee heeft dat er iets mis is. Chinchilla’s die zich ziek voelen zijn sloom, gaan apart zitten of tandenknarsen.
Veel aandoeningen worden veroorzaakt door verkeerde voeding.
Bij chinchilla’s komen regelmatig gebitsproblemen voor waarbij de tanden en kiezen te lang doorgroeien en niet goed op elkaar aansluiten. Er kunnen haken op de kiezen ontstaan die in wangen en tong snijden. U merkt dit aan slecht eten, kwijlen en een natte vacht rond de mond, een natte neus en vermagering. Voor een goede diagnose kan het nodig zijn om röntgenfoto’s te laten maken. Om problemen zoveel mogelijk te voorkomen is het belangrijk dat de chinchilla’s goede voeding met veel vezels krijgen die zoveel mogelijk overeenkomt met hun natuurlijke voeding.
Een opgezwollen maag kan worden veroorzaakt door gasvorming als gevolg van teveel snoep, te eiwitrijk eten, plotselinge veranderingen in voer of door een infectie. De dieren eten niet meer, liggen op hun zij en ademen moeilijk. Ga hiermee snel naar een dierenarts.
Diarree kan veroorzaakt worden door verkeerde voeding, een infectie of stress. Neem contact op met uw dierenarts om advies. Het kan helpen om de chinchilla eerst een dag geen voer maar wel water te geven, eventueel met elektrolyten-oplossing om uitdroging te voorkomen. De dag erna geeft u alleen hooi en water. Is de diarree ernstig, gedraagt het dier zich ziek of wordt het niet binnen een dag beter, ga dan naar een dierenarts.
Verstopping kunt u zien aankomen als de keutels klein en hard worden. Ook dan kan veel hooi helpen de spijsvertering goed op gang te brengen, maar ga bijtijds naar een dierenarts, soms is een laxeermiddel nodig.
Chinchilla’s knagen soms aan elkaars vacht, dit kan haarballen veroorzaken die problemen geven met verstopping of gasvorming. Bij diarree of verstopping kan de anus naar buiten uitstulpen, dit moet door een dierenarts worden behandeld.
Chinchilla’s zijn gevoelig voor stress zoals lawaai of veranderingen in hun omgeving. Dit kan allerlei klachten veroorzaken zoals spijsverteringsproblemen of haarverlies. Overigens verhaart een chinchilla elke drie maanden.
Soms komen bij de chinchilla aanvallen voor waarbij het dier valt, krampen en stuipen krijgt en even buiten bewustzijn is. Dit kan o.a. komen door een tekort aan calcium, schommeling in de suikerspiegel of door een epileptische aanval. Hitte kan een ‘zonnesteek’ veroorzaken met snel ademen, fel rode slijmvliezen, dik speeksel en soms diarree. Het dier moet dan worden afgekoeld door hem in koel (niet ijskoud!) water te zetten.
Chinchilla’s kunnen last hebben van schimmels die kale plekken in de vacht veroorzaken. Hiertegen kunt u bij dierenspeciaalzaak of dierenarts poeder halen dat u door het chinchillazand mengt.
De chinchilla kan het menselijk herpesvirus type 1 bij zich dragen (bij de mens verantwoordelijk voor onder andere de koortslip) en er ook zelf ziek van worden, wat zich in eerste instantie vaak laat zien als oogontsteking. Oogontsteking kan ook ontstaan door verkeerde bodembedekkers of zand.
Als een van uw chinchilla’s ziek is en naar de dierenarts moet of enige tijd apart moet zitten, heeft u kans dat zijn partner of groep hem niet zomaar weer accepteert omdat hij anders ruikt. Het kan verstandig zijn om daarom bij dierenartsbezoek alle chinchilla’s mee te nemen of de dieren weer voorzichtig aan elkaar te laten wennen.
Benodigde ervaring
Voor het op een verantwoorde wijze houden van dit huisdier is enige ervaring nodig, de chinchilla is geen dier voor de beginnende huisdiereigenaar. Zorg er voor dat u zich van tevoren goed informeert.
Kosten
Chinchilla’s kunt u kopen bij fokkers of particulieren en heel soms bij een goede dierenspeciaalzaak, maar ook bij een chinchillaopvang. De gemiddelde aanschafprijs van een chinchilla ligt tussen de 20 en 100 euro. Zeldzame kleuren zijn duurder. De huisvesting voor chinchilla’s is niet goedkoop omdat u een groot formaat kooi nodig heeft. Daarnaast moet u rekening houden met terugkomende kosten voor speciaal chinchillavoer, hooi en chinchillazand. Houd er rekening mee dat u soms met uw chinchilla naar de dierenarts zult moeten gaan.
Bijzonderheden
- Niet alle dierenartsen hebben verstand van chinchilla’s. Ga dus op zoek naar een dierenarts die wel ervaring heeft met deze dieren.
- Chinchilla’s zijn geen geschikte huisdieren voor kinderen, ze slapen overdag en zijn niet zo eenvoudig te verzorgen.
- Laat kinderen nooit alleen met huisdieren!




