Degoe
Huisdierenbijsluiter van de degoe (Octodon degus)
- Van nature: energieke, nieuwsgierige knaagdieren.
- Huisvesting: tenminste twee dieren in een grote kooi met gaas of tralies aan de bovenkant.
- Knuffel- of kijkdier: kijkdier
- Voeding: een karig dieet van veel hooi, aangevuld met degoevoer of cavia- en chinchillavoer.
- Leeftijd: vijf tot acht jaar.
- Kosten: laag tot gemiddeld.
Wist u dat:
- U altijd tenminste twee degoes samen moet houden?
- Degoes echte knaagdieren zijn? Ze kunnen zelfs door plastic dat speciaal voor knaagdieren is ontworpen heen knagen!
- De oranje tanden van een degoe betekenen dat het gebit gezond is?
Algemeen
De degoe is een nieuwsgierig, vriendelijk knaagdiertje dat als huisdier steeds populairder wordt. Hij is vooral overdag actief, met een rusttijd midden op de dag. Degoes bijten zelden. Ze hebben een korte bruingrijze vacht, waarvan de dikte zich aanpast aan de temperatuur. De staart van de degoe is met tien tot zestien centimeter iets korter dan zijn lijf (twaalf tot twintig centimeter) en ook helemaal behaard. Een degoe weegt tussen de 175 en 300 gram.
Als u overweegt om een degoe als huisdier te kopen, is het belangrijk dat u zich van tevoren goed laat informeren. Deze huisdierenbijsluiter kan daarbij helpen.
Verschillende varianten
Degoes zijn te koop met verschillende vachtkleuren. Naast de bruingrijze vacht komen ook een blauwe, grijze en witte vacht voor. Er zijn geen ondersoorten van de degoe bekend.
Natuurlijk gedrag
De degoe is een knaagdier dat van oorsprong leeft in een strook land die loopt van de westkust tot de hellingen van het Andesgebergte in Chili. Het zijn sociaal levende dieren: in de natuur leven ze in grote groepen. Ze zijn erg actief en klimmen en klauteren graag op rotsen. Ook graven ze uitgebreide gangenstelsels, waarin ze een wintervoorraad aanleggen. Ze zijn gewend aan een karig dieet. De degoe is nauw verwant aan de cavia en de chinchilla en maakt net als de cavia piep- en gromgeluidjes om te communiceren.
Huisvesting
Omdat degoes van nature in grote groepen leven, moet u er voor zorgen dat u ten minste twee degoes bij elkaar houdt. Kiest u er voor om een groepje degoes te houden, ga dan voorzichtig te werk: in de kooi kunnen ze elkaar niet ontwijken en dat kan tot vechtpartijen leiden. Vooral bij geslachtsrijpe mannetjes kan dit een probleem zijn, zeker als ze niet samen zijn opgegroeid. U kunt er daarom voor kiezen om alleen vrouwtjes te houden. Wilt u graag mannetjes en vrouwtjes houden, zorg er dan voor dat het verblijf erg ruim is en dat er voldoende vrouwtjes zijn. Het beste is in dat geval om één mannetje met één of meerdere vrouwtjes te houden in plaats van meerdere mannetjes en meerdere vrouwtjes samen. Zet geen broertjes en zusjes bij elkaar, dat kan leiden tot inteelt. U kunt de mannetjes ook laten castreren om ongewenste nakomelingen te voorkomen. Als u nieuwe degoes in de groep wilt introduceren, dan kunt u ze het beste op neutraal terrein laten kennismaken. Het soepelste verloopt de kennismaking als de dieren nog jong zijn.
U kunt degoes het beste huisvesten in een grote glazen bak met een oppervlakte van ten minste 100 x 50 centimeter. Bakken van kunststof en hout zijn niet geschikt. De bovenkant moet afgedekt zijn met stevig gaas. De kooi moet zeker 50 centimeter hoog zijn: degoes gaan graag staan en moeten bovendien lekker kunnen klauteren. Een opening aan de zijkant is handig, zo schrikt het dier niet als u hem probeert te pakken. U kunt ook kiezen voor een metalen kooi; die heeft als voordeel dat er meestal een opening aan de zijkant zit, maar heeft als nadelen dat er gemakkelijk tocht kan ontstaan en dat de degoe bij het graven gemakkelijk bodembedekking uit de kooi gooit. U kunt degoes ook buiten huisvesten, mits u de dieren regelmatig observeert en er voldoende beschutting is. Geef ze in de winter extra hooi en nestmateriaal om in weg te kruipen. Houd er rekening mee dat degoes goed kunnen graven! Plaats zowel binnen als buiten de kooi niet in de directe zon.
De bodem van de kooi kunt u bedekken met een dikke laag stofvrije houtkrullen die niet van naaldhout mogen zijn vanwege de giftige stoffen die hieruit vrij kunnen komen. Als de bodembedekking niet stofvrij is, kunnen degoes een longontsteking ontwikkelen. U kunt ook hooi gebruiken. In de plashoek kunt u niet-stuivende, biologisch afbreekbare kattenbakkorrels doen. Pas op met klompvormende korrels, deze kunnen verstopping veroorzaken als de degoe ze opeet.
Omdat degoes van klimmen en klauteren houden, is het belangrijk dat ze hiervoor in hun kooi de gelegenheid hebben. U kunt hiervoor takken, stenen en bloempotten gebruiken en op meerdere niveaus zitplankjes aanbrengen, maar kijk ook eens bij de dierenspeciaalzaak.
In de kooi kunt u een voerbakje plaatsen en aan de kooi kunt u een glazen drinkflesje bevestigen. Let er op dat het voerbakje zo zwaar is dat de degoes het niet kunnen omgooien.
Degoes houden van zandbadderen en moeten dit zeker twee keer per week kunnen doen. Ze wassen dan viezigheid en overmatig vet uit hun vacht. U kunt als ‘bad’ bijvoorbeeld een zware bak van aardewerk gebruiken die u vult met chinchillazand. Chinchillazand kunt u bij de dierenspeciaalzaak kopen. Het zand kunt u schoonhouden door het dagelijks te zeven en wekelijks te verversen. Daarnaast vinden degoes het fijn om zich terug te kunnen trekken om uit te rusten of om te slapen; geef de degoes daarom een nestkastje. Biedt ook nestmateriaal aan, zoals toiletpapier, zakdoekjes, toiletrolletjes, kartonnen verpakkingen en takjes: in de natuur verzamelen ze ook van alles om daarmee enorme hopen te bouwen.
Verzorgen en hanteren
Degoes zijn vrij makkelijk tam te maken. U kunt gebruik maken van hun nieuwsgierigheid door hen uit de hand te voeren of van jongs af in de hand te nemen. Laat ze wel eerst aan uw geur wennen. Zo aanhankelijk en tam als cavia’s worden deze beweeglijke dieren echter niet. Daarom zijn degoes voor kinderen geen geschikte huisdieren. Til een degoe nooit op aan zijn staart: de staart kan daardoor loslaten en groeit niet meer aan. Het beste kunt u een degoe oppakken door hem op twee vlakke handen te laten stappen of met twee handen ‘op te scheppen’. Houd er rekening mee dat jonge dieren de neiging kunnen hebben om in paniek van uw hand af te springen.
Controleer regelmatig de tanden van uw degoes en kijk dan ook even of de nagels niet te lang worden.
Maak het hok ten minste één keer per week volledig schoon en vervang de bodembedekking. U kunt eventueel een beetje chloor of soda gebruiken. Vervang het drinkwater dagelijks en maak het flesje regelmatig schoon om groei van bacteriën te voorkomen. Was ook het voerbakje geregeld af.
Voeding
De degoe is een echte knager en moet, net als andere knaagdieren, zijn gebit veel en intensief gebruiken om te voorkomen dat de voortanden te lang worden. Op wilgenhout en takjes van fruitbomen kunnen degoes naar hartelust knagen. Knaagstenen en likstenen kunt u uw degoes beter niet geven, deze kunnen blaasstenen veroorzaken. Van nature zijn degoes planteneters en eten zij grassen, zaden en dorre plantendelen. Er is speciaal voer voor degoes op de markt. Kunt u dit voer niet vinden, kies dan voor cavia- of chinchillavoer of een combinatie van beide. Voer met veel vet en oliën, bijvoorbeeld in de vorm van zonnebloempitten en pinda’s, is niet geschikt voor degoes. Als richtlijn kunt u aanhouden dat één tot twee theelepels droogvoer per degoe per dag voldoende is, mits er onbeperkt hooi aanwezig is. Door onbeperkt hooi te verstrekken, krijgen uw degoes voldoende vezels binnen en bovendien slijten hun tanden hierdoor. Degoes eten graag fruit en groenten, maar het is beter om dit niet te geven; anders kunnen ze darmproblemen krijgen. Ook met andere ‘snoeperijtjes’ moet u voorzichtig zijn, want degoes worden makkelijk dik - ze zijn immers het schaarse dieet in de bergen gewend - en kunnen dan suikerziekte krijgen. Wilt u uw dieren toch wat extra’s geven, geef dan bijvoorbeeld crackers of een stukje gedroogde boterham. Geef in ieder geval geen suikerhoudende producten. Water is prima voor uw degoes. Zorg er wel voor dat u het in een glazen flesje aanbiedt, want plastic flesjes kunnen ze kapot knagen.
Van jong tot volwassen dier
U kunt mannetjes van vrouwtjes onderscheiden doordat de afstand tussen de anus en de geslachtsopening bij mannetjes veel groter is dan bij vrouwtjes. Bovendien hebben geslachtsrijpe mannetjes een duidelijk zichtbaar balzakje (scrotum).
Hoewel de vrouwtjes al op een leeftijd van negen weken tot drie maanden geslachtsrijp zijn, is het beter om te wachten met dekken totdat ze vijf of zes maanden oud zijn. Als u mannetjes en vrouwtjes samen gehuisvest hebt, bepalen ze zelf wanneer ze paren. Zijn ze apart gehuisvest, zet dan het vrouwtje in de kooi van het mannetje en zorg voor voldoende schuilmogelijkheden. Gemiddeld duurt de zwangerschap 90 dagen, waarna een nest van drie tot tien jongen wordt geworpen. Het mannetje kan al die tijd bij het vrouwtje in de kooi blijven. Vanaf de geboorte van de jongen is het vrouwtje meteen weer vruchtbaar, het kan dus verstandig zijn om het mannetje vroeg in de zwangerschap te laten castreren. Op die manier kan de vader helpen met het opvoeden van de jongen.
Degoes zijn helemaal ‘af’ als ze geboren worden. De eerste paar weken drinken ze moedermelk, maar na enkele weken wagen ze zich ook voorzichtig aan het voer van hun ouders. Kijk er niet gek van op als de jongen de keuteltjes van hun ouders opeten: daar zitten bacteriën in die ze nodig hebben om zelf vitamine B12 te kunnen maken. Als u de jongen van de moeder wilt scheiden, kunt u het beste wachten tot de degoes zeven à acht weken oud zijn. Dan zijn ze in staat om voor zichzelf te zorgen. Als u wilt gaan fokken met degoes, zorg dan dat u eerst goede adressen hebt waar u de jongen naar toe kunt brengen.
Degoes worden gemiddeld vijf tot acht jaar oud.
Ziekten en erfelijke aandoeningen
Als u uw dieren goed verzorgt, hebben degoes in het algemeen weinig gezondheidsproblemen. Desalniettemin kunnen ook degoes ziek worden. Als uw degoe niet eet of geen of afwijkende ontlasting heeft, moet u onmiddellijk contact opnemen met uw dierenarts.
Degoes ontwikkelen gemakkelijk suikerziekte als ze te vet of te veel suikers eten en kunnen daardoor ook andere gezondheidsproblemen, zoals staar of blindheid, krijgen. Als uw degoes meer beginnen te drinken of meer plassen dan normaal, kan dit een aanwijzing zijn dat ze suikerziekte hebben. U kunt suikerziekte voorkomen door uw degoes een karig, vezelrijk dieet te geven. Bij een verkeerde voeding kunnen uw degoes ook last krijgen van diarree. Geef in dat geval de eerste twee dagen alleen veel hooi en water, eventueel met een elektrolytenoplossing om uitdroging tegen te gaan, en verschoon bovendien twee keer per dag de bodembedekking en eventueel nestmateriaal. Raadpleeg ook uw dierenarts, zeker bij ernstige diarree of als de diarree niet binnen een dag minder wordt. Overigens kunnen ook een onverzorgde huisvesting, vervuild water, tocht en vocht er voor zorgen dat uw dieren last krijgen van diarree.
Als degoes te weinig knagen, kunnen ze gebitsproblemen ontwikkelen omdat hun tanden onvoldoende slijten: ze krijgen ‘olifantstanden’. Degoes kunnen dan niet meer goed eten en worden mager. Neem contact op met de dierenarts als u denkt dat de tanden van uw degoes te lang zijn. Zorg er bovendien voor dat uw dieren onbeperkt over ‘knaagmateriaal’, zoals takken en hooi, kunnen beschikken. Voorkomen is immers beter dan genezen. Worden de oranje tanden van uw degoes wit, dan duidt dit ook op gebitsproblemen.
Oormijt is een andere veel voorkomende aandoening en kunt u herkennen aan jeuk en haarverlies rond de oren. Ga hiermee naar uw dierenarts.
Door veel op gaas en dunne spijlen te lopen en er in te klimmen, kunnen degoes last krijgen van pijnlijke, gezwollen of ontstoken voeten. U kunt dit voorkomen door gaasoppervlakken en dunne spijlen zo veel mogelijk te voorkomen en een goede ondergrond aan te bieden. Oudere degoes kunnen staar ontwikkelen.
Benodigde ervaring
Voor het op een verantwoorde wijze houden van dit huisdier is geen specifieke ervaring nodig. Zorg er wel voor dat u zich van tevoren goed informeert.
Kosten
U koopt degoes vanaf ongeveer twaalf euro per stuk. De prijs van een hok varieert, maar koopt u in het algemeen niet voor minder dan 100 tot 150 euro. Cavia- en chinchillavoer koopt u vanaf ongeveer drie à vier euro per kilogram; speciaal degoevoer is vaak wat duurder en kost al snel vanaf zes euro per kilogram. Een waterflesje en een voerbakje koopt u samen vanaf tien euro. Bodembedekking zoals beukensnippers kost vanaf één euro per kilogram. Hooi kost vanaf één tot twee euro per kilogram. Voor chinchillazand moet u rekenen op enkele euro’s per kilogram. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als uw dier onverhoopt ziek wordt.
Bijzonderheden
- Degoes kunt u het beste kopen bij fokkers; zij hebben de dieren vaak al vastgehouden waardoor u ze gemakkelijker tam kunt maken. Koopt u bij particulieren, dan is de kans groter dat u inteeltdieren koopt. Ongeacht of u bij een fokker of dierenspeciaalzaak koopt, is er aantal dingen waar u op moet letten. Zitten de dieren in een schoon verblijf? Hebben de dieren schoon water? Zitten er niet te veel dieren in een hok? Worden er dieren aangeboden die ziek of gewond lijken? Een gezonde degoe kijkt helder uit zijn ogen, heeft een gladde, schone en zachte vacht en is levenslustig. Zijn achterste is droog en schoon.
- Laat kleine kinderen nooit alleen met huisdieren!




